27-08-2026

Wat mij ruim dertig jaar geleden als student naar Stockholm bracht, krijgt nu een mooi vervolg in mijn onderzoek naar Jakoba Mulder.

Ruim dertig jaar geleden vertrok ik naar Stockholm om daar een half jaar architectuurgeschiedenis te studeren. Mijn leermeester bij de VU, Koos Bosma, gaf me nog een opdracht mee: zoek de originele kaarten van het uitbreidingsplan voor Stockholm uit 1952, die onvindbaar leken maar die hij graag wilde opnemen in de tentoonstelling “Regie van de Stad” in het NAi. Het duurde even, maar net voor mijn vertrek naar huis vond ik de kaarten, waarna ik een artikel over het plan schreef voor de catalogus.

Tijdens mijn studie daar bracht hoogleraar Thomas Hall me ertoe een scriptie (C-uppsats) te schrijven over de wijken langs metrolijn 14, die samen een staalkaart vormden van de naoorlogse ontwikkelingen. Die wijken bleken in de jaren vijftig en zestig een belangrijke inspiratiebron voor veel Nederlandse architecten en stedenbouwkundigen.

Voor een project van mijn andere leermeester, Erik de Jong, zou ik als student een artikel schrijven over de invloed van Zweden op Nederland en de betekenis daarvan voor Nederlandse ontwerpers. Het project ging helaas niet door. Dertig jaar later onderzoek ik die invloed alsnog, dit keer vanuit het werk en de studiereizen van stedenbouwkundige Mulder.

Mijn tijd in Stockholm was bijzonder rijk. De liefde voor de stad is daarna nooit meer overgegaan. Afgelopen zomer was ik er weer: om mijn kinderen eindelijk de stad te laten zien, mijn vrienden van toen weer te bezoeken én de projecten te bekijken die Mulder in 1951 en 1960 tijdens haar studiereizen bezocht en uitvoerig beschreef.

Urenlang fietste ik op een krakkemikkige fiets door de stad om ruim vijftien naoorlogse projecten en wijken uit haar reisverslagen met eigen ogen te bekijken en zo beter te begrijpen wat haar zo aantrok. Van een speelvijver uit 1935 in Fredhällsparken en Elfvinggården, een in 1940 gerealiseerd collectief woongebouw voor werkende vrouwen, tot de winkelcentra van Vällingby en Farsta en de woonwijken Kärrtorp en Västertorp.

Vooral het metrosysteem en de grote hoeveelheid speelplaatsen en speelvijvers spraken haar aan. De nadruk van haar verslag uit 1951 lag echter op de analyse van verschillende verkavelingsvormen, waarbij ze bijzondere aandacht besteedde aan de manier waarop bouwblokken en hoven uiteenlopende binnenruimten creëerden.

Dat werd tijdens mijn eigen fietstochten opnieuw heel tastbaar. Wat me steeds weer opviel, was hoe zorgvuldig gebruik is gemaakt van de natuurlijke glooiing van het terrein en hoe daarbij een mooie balans is gevonden tussen openheid en intimiteit. Een balans die ook Mulder in haar verkavelingen nastreefde.

Zo kwamen tijdens deze zomer mijn studie in Stockholm, mijn huidige onderzoek en de mensen die daarin een belangrijke rol speelden prachtig samen.

Wordt vervolgd!

Met dank aan de EFL Stichting, die deze studiereis mogelijk maakte.